Geschiedenis

A) Geschiedenis van de band

B) Geschiedenis  (van een deel) van de

door DUN DEAGH music band gespeelde melodieën (tunes)

C) Geschiedenis van de Schotse Doedelzak

 

  • A) Geschiedenis van de band

  • DUN DEAGH music band is in het voorjaar van 2003 opgericht in Zwijndrecht, door Fonny van Dun en Elvire Claes.  Beiden hadden respectievelijk de Schotse doedelzak en de Schotse side- en tenordrum aangeleerd bij de Red Hackle Pipe Band in Antwerpen en hadden met deze doedelzakband een honderdtal optredens verzorgd. 
  • Elvire was in 1999 de eerste vrouwelijke stadstrommelaar in het toen 100-jarige Stadstrommelcorps van Antwerpen, waarin zij tot 2005 actief spelend lid was.  Fonny bezat van in zijn jeugd een ruime muzikale achtergrond. Als sopraan maakte hij gedurende zes jaar deel uit van het toen wereldvermaarde Mechelse Sint Romboutskoor en, na het keren van zijn stem, als bas bij het Collegekoor van het Sint-Romboutscollege. Op 15 jarige leeftijd was hij bandleider bij de jeugdvereniging van dit koor, Saruca . Daarbij speelde hij zowel blokfluit, mandoline, melodica, mondharmonica en gitaar. Op 50 jarige leeftijd besloot hij de Schotse doedelzakmuziek te gaan aanleren bij de Antwerpse Red Hackle pipe band.
  • Daar het repertorium hen te eng overkwam doordat er uitsluitend Schotse melodieën mochten gespeeld worden, besloten zij samen een eigen doedelzakband op te richten.  Deze zou naast de Schotse tunes ook de mogelijkheid bieden om evergreens op de Schotse doedelzak te spelen. Hiervoor schreef Fonny bewerkingen op Schotse doedelzak van populaire melodieën, zowel van eigen bodem als van Engelstalige, Franse en Duitse volksliederen.
  • Daarnaast wilden beiden kost wat kost de drempel verlagen voor het aanleren van de Schotse drum/bagpipe.
  •        
  • Als eersten, en tot hiertoe enigen, stelden zij de band open voor iedereen tussen 9 en 65 jaar die de Schotse doedelzak/drum wilde aanleren, ongeacht het feit of men al dan niet een muzikale voorkennis had en of men al dan niet bereid was om deel te nemen aan openbare optredens.
  • Toen zij in 2008 verhuisden naar Sint-Niklaas werd de band ook naar deze stad overgebracht.
  • Heel de tijd zijn ze consequent bij de initiële principes gebleven. Hierdoor hebben heel wat pipers, zowel in de provincie Antwerpen als Oost-Vlaanderen, bij de Dun Deagh music band hun instap gehad bij het bespelen van de Schotse doedelzak, waardoor ze later als spelend lid in een van de bestaande pipebands werden aanvaard, en hebben tevens heel wat mensen hun droom in vervulling zien gaan, ongeacht of ze later al dan niet in een band optraden.
  • B) Geschiedenis (van een deel) van de

    door de DUN DEAGH music band gespeelde melodieën (tunes)


Amazing Grace     componist John Newton (1725-1807) datum: +/-1765
Amazing Grace, een uiterst eenvoudige tune, zowel qua notenzetting als qua maat, is en blijft
een van de meest ontroerende melodieën. Het werd gecomponeerd tussen 1760 en 1770 door
John Newton. Deze predikant-componist schreef deze melodie als een hymne, bestemd voor
een van zijn wekelijkse diensten.
De tekst verwijst naar een dramatische gebeurtenis in zijn leven: toen hij op 10 mei 1748, als
kapitein van een slaventransportschip, in een razende storm dreigde te vergaan, en hij in 
doodsangst, ondanks zijn toenmalige goddeloosheid, God aanriep om hem genadig te zijn. 
Hij overleefde de storm, begon de door hem vervoerde slaven menselijk te behandelen,
en gaf na een ernstige ziekte in 1755 de zeevaart eraan, waarna hij evangelisch prediker werd.
De ware oorsprong van de melodie is onzeker, maar men vermoedt dat ze teruggaat tot een slavenzang.John Newton werd tenslotte rector aan de St. Mary Woolchurch in Londen en bleef ondanks zijn blindheid prediken tot aan zijn dood.
Amazing grace, (how sweet the sound)          Thro’ many dangers, toils ans snares,
That sav’d a wretch like me !                          I have alrea-dy come;
I once was lost, but now am found                 ‘Tis grace has brought me safe thus far
Was blind, but now I see.                                And grace will lead me home.

Auld Lang Syne     componist John Newton (1725-1807)   datum: +/-1765
Deze melodie wordt systematisch gespeeld tijdens “Burns Night” en op o.m. in New York op
Oudejaarsavond, klokslag middernacht. In ons land alom bekend als afscheidslied : “Hier staan tot
afscheid weer in ’t rond, dra zien we elkander weer…
Zowel de tekst als de melodie van deze tune gaan zeer ver terug in de tijd. Gedeelten van de tekst kan
men terugvinden in een anonieme ballade in een manuscript van 1568,  terwijl het refrein zou
teruggaan tot een straatdeuntje uit  het einde van de 17de eeuw. Robert Burns bewerkte het geheel
en publiceerde de tune in 1788.
Shoul auld acquaintance be forgot                  For auld lang syne, my dear
And never brought to mind ?                            For auld lang syne,
Should auld acquaintance be forgot               We'll tak a cup of kindness yet
An auld lang syne                                                For auld lang syne

 (The) Barren Rocks of Aden     componist: P.M. Alexander McKellar (1824-1895)   datum: 1856

“Bezingt” de barre en desolate rotsen in Aden, aan de ingang van de Rode Zee. Aden werd in 1839
gevoegd bij Brits Indië, en werd in 1967 onafhankelijk, als Zuid Yemen, na hevige gevechten van de
nationalisten tegen de Britse strijdkrachten. De melodie werd in 1856 gecomponeerd door piper James
Mauchline, die blij was om de hete, droge haven van Aden, gelegen in een oude gedoofde
vulkaanmond, te verlaten. Vanaf 1870 maakte de melodie opgang bij snaarinstrumenten.
 Piper laddie here's a song
to make the soldiers march along
Play it now and play it strong
It's the barren rocks of Aden
Drummer laddie beat your drum
To let them know that we are come
Friends will cheer and foes will run
From the barren rocks of Aden
 
(The) Bloody Fields of Flanders    componist: John Mac Lellan (1875-1949)  datum: 1919
 Doedelzaktune getoondicht in 1919 op basis van een oude Perthshire melodie, door John McLellan(1875-1949), pipe-major van het het 8ste  Argyllshire Battalion van de the Argyll regiment  8th Argylls, na zijn terugkeer uit de eerste Wereloorlog.
 
(The) Battle of the Somme   componist: P.M. Robert Meldrum (1851-1941)  datum: 1916
 Gecomponeerd in 1916 door Pipe Major William Laurie, Pipe Major van het 8ste  Argyllshire Battalion van de the Argyll and Sutherland Highlanders. Hij stierf aan zijn verwondingen kort nadat hij naar England was overgebracht. Maar kon nog het onmiddellijk succes van zijn tune meemaken.
The lark in the evening she drops to the ground now,
Bidding farewell to the long summer day. High on a ridge hear a gun hit the silence,Flames like a flower brighten the sky.
Dugouts are quiet we wait for the morning.
Feeling a thrill as the battle draws near. As dawn with her pale flush, silvers the grey sky Sharp tongues of shell fire call up the day.
Glory, vain glory, you beckoned us onward,
Then just when we seem to be near
Kitchener’s call and your light led the way.
You turn into darkness
Splashed with the mud and the pain of the day.

Bonnie Dundee   componist: Walter Scott (1771-1832 ) datum: 1825
Deze tune werd geschreven door de grote Schotse schrijver en dichter Walter Scott.  De melodie vertelt de geschiedenis van Bonnie Dundee, bijnaam van John Graham, earl of Claverhouse,  viscount of Dundee (1648-1689), die in 1689 de opstand van de Jacobieten leidde en hierbij sneuvelde.
Traag gespeeld, of gezongen klinkt het als een echte ballade, bij een sneller ritme klinkt het als een drinklied.   De gebeurtenissen gaan onmiddellijk vooraf aan de "Massacre of Glencoe". Bonnie Dundee, die aanvankelijk diende bij Lodewijk XIV van Frankrijk en vervoegde in 1674 Willem van Oranje.
Hij was een Jacobijns bevelhebber en zou tijdens een veldslag  het leven van Willems vrouw, Mary Stuart, dochter van de katholieke James VII (II van Engeland), gered hebben.
Nadat de protestantse Willem van Oranje zijn schoonvader had laten afzetten, en zich het jaar daarop had laten kronen, maakte hij, als Willem III, een einde aan de onderdrukking van de Convenanters, maar kwam daardoor in conflict met de Jacobieten. Onder leiding van Graham of Claverhouse, die intussen door James II tot viscount of Dundee was benoemd, kwamen de Jacobieten in opstand en brachten in 1689 Willems leger een zware nederlaag toe, in een felle strijd bij de pas van Killiecrankie. Bonnie Dundee sneuvelde echter en de Jacobieten, die hun leider verloren hadden, keerden terug naar de Highlands. Daardoor veroverde Willem III de macht. Hij eiste een eed van trouw van elk highland-clanhoofd.  Dit leidde tot de alom gekende "Massacre of Glencoe".
Tae the lairds of Convention t'was Claverhouse spoke
E'er the Kings crown go down, there are crowns to be broke          
Then each cavalier who loves honour and me            
Let him follow the bonnets o' bonnie Dundee                                  
Come fill up my cup, come fill up my can
Come saddle my horses and call out my men
Unhook the west port and let us gae free,
For it's up wi' the bonnets o' bonnie Dundee!
 
Castle Dangerous   componist: James Haugh (1815-1887)   datum: 1831
Is de naam van een novelle geschreven door de grote Schotse schrijver Walter Scott en verwijst naar Douglas Castle gebouwd in de 13de eeuw, later vernietigd en verschillende malen heropgebouwd. 
 
(The) Cockney Jocks   componist Pipe Sergeant Johnny Hayne   datum: 1954
Cockney is nu de algemene term voor een inwoner van Londen. Jock is de Engelse bijnaam voor een Schot à Cockney Jock = een in Londen geboren Schot. De tune verwijst naar een Londens Schots regiment, dat o.m in de Zuid-Afrikaanse oorlog en in beide wereldoorlogen vocht.
P.S. Johnny Haynes schreef de melodie  in 1954 toen er sprake was dat dit regiment zou ontbonden worden. 
 
Cullen Bay    Ian P. Duncan
Verwijst naar de baai van Cullen in de regio Moray.
Een pittige melodie, niet voor beginnende spelers daar hij in 5/4 maat geschreven werd, en een uitdaging voor elke pipeband.
  
(The) Dark Island   (Land of my Youth)
 Een mooie ontroerende melodie,
geschreven voor de BBC-film “The Dark Island” in 1963. Tekst gaat over de Buiten Hebriden
 In the years long ago
When I first left my home
I was young and I wanted
The whole world to roam;
But now I am older             
And wiser you see,
For that lovely dark island
Is calling to me ....

    

Ev’Chistr ta Laou (Bretoens)
 = het alom bekende “Wat zullen we drinken”
  
(The) Flower of Scotland    componist: Roy Williamson  datum: 1960
 is het officieuse nationale volkslied van Schotland, nog voor Scotland the Brave. Officieel blijft "God Save the Queen" immers het enige volkslied van het United Kingdom. Het werd in 1960 geschreven door Roy Williamson van de folkgroep The Corries en is sinds 1974 de officiële song van de Schotse Rugbyfans.
De twee laatste, steeds weerkerende, verzen van elke strofe, worden zeer woest gezongen bij elk treffen, inzonderheid bij wedstrijden tegen Engeland. In navolging van het voorbeeld van de Schotse Rugby Unie, nam de Schotse Voetbalfederatie het lied in 1997 als officiële song aan.
 Het lied verwijst naar de strijd van de Schotse leider Robert the Bruce tegen de Engelse koning Edward II.  Na de slag bij Bannockburn, in 1314, wordt de overmacht van de Engelsen door de Schotten verpletterend verslagen en wordt de Engelse koning Edward II, samen met zijn troepen, gedwongen het land te verlaten.
 O Flower of Scotland,
When will we see
Your like again,
That fought and died for,
Your we bit Hill and Glen,
And stood against him, 
 Proud Edward's Army,
And sent him homeward, 
Tae think again.

 (O) Gin I were a Baron’s Heir   componist: Joseph William Holder (1765-1823)   datum:1893
 Pittig walsje in 6/8 maat.
 O gin I were a baron’s heir,          An’ could I braid wi’ gems your hair,
 And mak’ ye braw as ye are fair,  Lassie, would ye lo’e me?
 And could I tak’ ye tae the toun,   An’  show ye braw sights mony a ain,
 And busk ye wi’ a silken goun,      Lassie, would  ye lo’e me?
  
Going Home   Old Negro Song & in de 9de Symfonie v. Dvorak(1841-1904)         datum: 1893
 Going Home  is een variatie op het Largo uit  de Symfonie “De Nieuwe Wereld  (Symfonie nr. 9,  opus 95) van Antonin Dvorak (première 16/12/1893). Een van zijn studenten, William Fisher, schreef  een  koorzang voor het thema van het tweede deel en noemde het ‘Goin’ Home.  Het kende sindsdien een enorm succes.  O.m. werd het gespeeld bij de begrafenis van president Kennedy.
Going home, going home,                            Morning Star lights the way;
I’m just going home.                                    Restless dream all done;
Quiet-like, slip away-                                   Shadows gone, break of day,
 I’ll be going home.                                       Life has just begun.
 It’s not far, just close by;                             Every tear wiped away,
 Jesus is the Door;                                         Pain and sickness gone;
 Work all done, laid aside,                            Wide awake there with Him!
 Fear and grief no more.                               Peace goes on and on!
Friends are there, waiting now.                   Going home, going home,
He is waiting, too.                                         I’ll be going home.
See His smile! See His hand!                       See the Light! See the Sun!
He will lead me through.                              I’m just going home.
 
Greensleeves      componist: Richard Jones & Robert Burns (1759-1796)   datum: 1580   
wals  6/8   Reeds in 1580 wordt deze melodie vermeld in een register waarbij een licentie wordt gegeven tot het drukken van "A new Northern Dittye of the Lady Green-Sleeves". Oudst gekende verzen dateren van 1584 en de oudst gekende melodie van 1652.
De legende vertelt dat koning Hendrik VIII deze verzen schreef voor Anna Boleyn, toen deze aan zijn hof verbleef. Begin 1533 liet Hendrik VIII zijn eerste huwelijk, met Catharina van Aragon, ontbinden om in september met de zwangere Anna Boleyn te kunnen trouwen. Zij beviel toen van de latere koningin Elisabeth I. Hendrik VIII liet Anna Boleyn in 1536 in de Londense Tower onthoofden op beschuldiging van overspel
At last my love, you do me wrong,  
To cast me off discourt consby.
 And I have loved you so long,
 Delighting in your company
 Greensleeves was all my joy,
 Greensleeves was my delight
 Greensleeves was my heart of gold,
 Who but my lady Greensleeves ?
 
(The) Green Hills of Tyrol  P.M. John MacLeod  componist: P.M. John MacLeod (1887-1917)  datum: 1854
 is een der meest gespeelde tunes door de huidige pipe bands.
 Wanneer twee vreemde pipers of pipebands elkaar ontmoeten spelen is dit over het algemeen de eerste melodie die ze samen spelen. Het wordt bijna altijd samengespeeld met “When the Battle is Over”
 Het was origineel geschreven voor de opera "Willem Tell" van Rossini, maar werd in 1854 herschreven voor doedelzak, door Pipe Major MacLeod, lid van de 93ste Sutherland Highlanders, nadat hij de melodie had horen spelen door een Sardinische militaire band tijdens de Krimoorlog, waarbij zijn regiment trouwens een grote reputatie verwierf.
 Pipe Major MacLeod, werd onderscheiden nadat hij, tijdens de Indische opstand te Lucknow, als eerste de vijandelijke linies doorbrak en onmiddellijk op de doedelzak begon te spelen.
 De tune verhaalt over de Schotse soldaat die sterft in de heuvels van Tyrol, ver weg van de eigen Highland Hills.
 There was a soldier, a Scottish soldier
 Who wandered far away and soldiered far away.
 There was none bolder, with good broad shoulder
 He's fought in many a fray, and fought and won.
 He'd seen the glory and told the story
 Of battles glorious and deeds neforious
 But now he's sighning, his heart is crying
 To leave these green hills of Tyrol.
 
 Because this green hills are not highlands hills
 Or the island hills, the're not my land's hills
 And fair as these green foreign hills may be
 They are not the hills of home.
  
Highland Cathedral      componist: Michael Korb en Uli Roever       datum: 1979
 Niettegenstaande deze hymne aanvankelijk door de muziekuitgevers niet gunstig werd onthaald, kende de uitgave op single, in 1982, plots een groot succes. Sindsdien werd deze melodie uitgegeven op meer dan 80 manieren, voor allerlei muziekinstrumenten en gebracht door artiesten over heel de wereld.  Het wordt door alle Schotse bagpipe bands gespeeld en is een der best gekende bagpipe tunes in de wereld.  Samen met Amazing Grace is Highland Cathedral de meest gekozen melodie voor samenspel van  Schotse doedelzak met andere muziekinstrumenten.
 There is a land far from this distant shore
 Where heather grows an Highland Eagles roar
 Ther's a land that will live ever more
 Deep in my heart, my Bonnie Scotland
  
Though I serve so far away
 I still see your stream, cities and dreams
 I can't wait until the day
 When I'll come home once more to you
  
So Lord keep me from the harm of war
Trough all the dangers and the battle roar
 Keepme safe until I'm home once more
 Home to my own in Bonnie Scotland
 
Highland Laddie   componist: Robert Burns (1759-1796)    datum: 1796
 Korte maar pittige melodie. Wordt op Schotse events bijna systematisch gespeeld op het einde, als eerbetoon aan de hoogste personaliteit die dan aanwezig is. Meestal na Scotland the Brave.
 Zeer dikwijls gespeeld als danstune.
 Speciaal bekend  door het feit dat de 21-jarige personal-piper (Bill Millin) van Lord Lovat deze tune, op aangeven van Lord Lovat, ter aansporing bleef doorspelen tijdens de landing op het Normandische strand (Sword Beach), terwijl zijn krijgsmakkers naast hem sneuvelden. De Duitsers schoten niet op hem omdat ze dachten dat hij gek geworden was.  Piper Bill stierf in 2010, 88 jaar oud.
Where ha’ye been a’ the day ?
Bonnie laddie, Hielan’ laddie
Saw ye him that’ far awa’             
Bonnie laddie, Hielan’ laddie
.
When he drew his gude braid-sword
Then he gave his royal word..
Frae the field he ne’er wad flee
Wi’ his friends wad live or d 
 
On his head a bonnet blue            
Bonnie laddie, Hielan’ laddie
Tartan plaid and Hielan’trews
Bonnie laddie, Hielan’ laddie.
 
  
 WORDT  VERVOLGD
 
 

C) Overzicht geschiedenis van de Schotse Doedelzak

a. Oorsprong

De bagpipe in het Engels, doedelzak in het Nederlands, Cornemuse of Biniou in het Frans, Düdelsack in het Duits, is een eeuwenoud instrument
De oorsprong van het instrument gaat duizenden jaren terug, tot het oude Egypte, 2000 jaar voor onze tijdrekening. Ook in de bijbel is er sprake van een doedelzak, en in Indië, China en Iran bestonden er honderden jaren voor onze tijdrekening reeds verschillende types.
 
In Europa had bijna elk volk zijn eigen doedelzak. Overal waar er herders waren hielden die zich, tijdens het bewaken van de kudde schapen of van het vee, onledig met het spelen op een houten herdersfluit (de zogenaamde schalmei).
Aangezien men vroeger, behalve bij de Aboriginals met hun didgeridoo, geen circulaire ademhaling kende, moest de melodie bij het spelen regelmatig  onderbroken worden om adem te halen, vooral omdat men niet elke noot aanblies zoals bij een trompet en dgl.
Daarom sloot men de speelfluit aan op een varkensblaas die als luchtreservoir diende op het ogenblik dat men inademde.
Na een tijd koppelde men aan die blaas een geluidspijp (bourdon) met een hol riet zodat men een voortdurend ondersteunend geluid verkreeg.
Zo heeft de klassieke Bretonse doedelzak, de “biniou”, nog altijd één enkele grote bourdon of dronepijp.
 

b. De Schotse Doedelzak

De Schotse Highland-doedelzak*, die in Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Canada en in zeer veel Europese landen gespeeld wordt, bestaat waarschijnlijk iets meer dan 600 jaar.  Komende vanuit England, waar de Kelten 1000 jaar eerder de doedelzak invoerden, was hij in de 14de eeuw zeker al bekend in Schotland. In het National Museum of Scotland, in Edinburgh, zou zich de oudst gekende Schotse doedelzak bevinden. Hij dateert uit 1409.
 De eerste Schotse doedelzakken hadden slechts één tenorpijp. In 1500 werd er een tweede aan toegevoegd, zodat men over het algemeen met twee tenorpijpen speelde, en pas in de 18de eeuw kwam er de derde pijp, de bassdrone, bij.
 In de 16de eeuw ging de doedelzak in Schotland de trompet en de hoorn vervangen als militair instrument op het slagveld.  Dit ligt dan ook aan de basis van zijn huidige bekendheid over heel de wereld. Het was toen ondenkbaar dat een Schots militair regiment zou oprukken zonder begeleiding van één of meerdere doedelzakspelers.
De indringende klanken spoorden immers niet alleen de eigen gelederen aan maar veroorzaakten veel vrees bij de tegenstaanders. Zij waren van zeer ver hoorbaar.  In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Vlaamse doedelzak waarvan het geluid slechts een twintigtal meter verder reikt, is de klassieke Schotse doedelzak, ook nog Great Highland Bagpipe genoemd,  op open terrein hoorbaar vanaf meer dan 1 km.
 Nadat de Schotten in 1746 tijdens de slag bij Culloden definitief verslagen werden door de Engelsen, werd hij gedurende jaren verboden, aangezien de Engelsen het aanzagen als een oorlogswapen.
De Schotse doedelzak is bij mijn weten dan ook het enige instrument ter wereld dat de “eer” kreeg als zodanig verboden te worden.
 Ook de Schotse kledij, waaronder de kilt, werd toen trouwens verboden. Het bespelen van de Schotse doedelzak of het dragen van Schotse kledij werd gezien als een daad van muiterij en kon toen leiden tot zware gevangenisstraffen, zelfs tot de doodstraf. Pas na 36 jaar werd dit verbod opgeheven.
Dit kwam omdat de Engelse koning dringend manschappen nodig had voor zijn koloniale oorlogen en de oorlog tegen Frankrijk. Er werden Schotse regimenten opgericht en de Schotten die arm waren traden massaal in dienst. Algauw telde het Britse leger een tiental Schotse regimenten, die heel wat doedelzakspelers herbergden die hen bij gevechten in de voorste linies aanvuurden.
 
Op die manier verspreidde de Schotse doedelzak zich over heel de wereld. Allereerst naar de Engelssprekende landen, zoals de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw Zeeland.
Uiteraard eerst in het aanpalende England.  Londen alleen reeds, met zijn tien miljoen inwoners, telt meer dan 100 doedelzakbands. Vele grote bedrijven, zoals British Airways, hebben er een eigen doedelzakcorps.
In de Verenigde Staten heeft elke grote stad een Schots doedelzakcorps, hetzij bij de politie, hetzij bij de brandweer. Zowel bij de inauguratie van Obama als president van de Verenigde Staten, als bij de herdenking van de aanslag op de Twin Towers speelden er doedelzakbands.
Maar ook in de Arabisch sprekende landen wordt nog veel Schotse doedelzak gespeeld. Zo is in 1999 koning Hassen II van Marokko, vader van de huidige Marokkaanse koning, begraven met een uitgebreide Marokkaanse militaire doedelzakband.
Ook de Palestijnse president Yasser Arafat werd in 2004 begraven onder begeleiding van een compagnie Schotsedoedelzakspelers.  In de oliestaat Oman heeft elk van de drie legermachten, landmacht, luchtmacht en zeemacht, Schotse doedelzakspelers in dienst die zelfs de klassieke Schotse melodieën spelen.
 

c. De Schotse doedelzak in België

In België wordt het Schotse doedelzakspel hoofdzakelijk beoefend in het Vlaams sprekende gedeelte van het land. In de hoofdstad Brussel en in Wallonië zijn er een viertal groepen actief en in Vlaanderen een 20-tal, waarvan er een 6-tal zich richten op deelname aan doedelzakwedstrijden.  In Nederland zijn dan weer ongeveer 35 doedelzakbands.
Terwijl in Nederland de eerste Schotse doedelzakbands onmiddellijk na de tweede Wereldoorlog opgericht werden, als gevolg van het feit dat Nederland mee door Schotse legereenheden werd bevrijd, duurde dit in België tot begin 1963 op initiatief van de Sint Joris Boy Scouts.
Omzeggens elk jaar zijn er in België nationale doedelzakwedstrijden waaraan ook verschillende Nederlandse bands deelnemen, maar ook Duitse-, Deense-, Franse-, e.a.
 

d. De eigen-aardigheden van de Great Highland bagpipe

Het specifieke aan de Schotse doedelzak is ook dat het aanleren en het inspelen van een nieuwe melodie (tune) gebeurt op een ander instrument, namelijk een moderne schalmei, practice chanter genoemd. Hierop leert men de typische vingerzetting van zowel de gewone noten als van de grace-noten.
De toonladder van het instrument telt slechts 9 noten, maar bijna elke noot wordt voorafgegaan door 1 tot vijf zeer snel gespeelde tussennootjes grace-noten genoemd. Van dergelijke grace-noten, die de Schotse muziek haar eigen karakter geven, gebruikt men doorgaans een vijfentwintig verschillende combinaties.
 
De pijpen van de Schotse doedelzak zijn normaal uit tropisch hardhout. Het deel van de versiering dat vroeger bestond uit ivoor is nu vervangen door plastiek. Wie toch nog een doedelzak bezit met ivoren elementen is verplicht dit bij buitenlandse reizen aan de douane aan te geven, zo niet riskeert hij inbeslagname van het instrument en een forse boete.
De bourdonrieten (drone reeds) die vroeger uit holle natuurrieten bestonden, zijn nu vervangen door holle plastiek rieten. Die zijn betrouwbaarder en laten ook toe om langer aan een stuk te spelen.
Voor het speelriet blijft men echt riet gebruiken. Het is, ondanks vele pogingen, onmogelijk gebleken om dit op een aanvaardbare manier te vervangen door een plastieken kopie.
De luchtzak die bij de Schotse doedelzak vroeger bestond uit sheepskin wordt nu vervaardigd uit kunststof voorzien van een rits. Dit laat toe om hem inwendig regelmatig grondig te reinigen, wat schimmelvorming voorkomt. Maar ook heeft men op die manier de mogelijkheid er een vochtopvangsysteem in te plaatsen waardoor het mogelijk wordt om veel langer te spelen alvorens de klank van de bourdonrieten door teveel vochtigheid uitvalt.
 

e. Consequenties

Het bespelen van de Schotse doedelzak kan in België en Nederland niet aangeleerd worden in een klassieke muziekschool (muziekconservatorium of academie). Dit komt omdat hij gespeeld wordt op een toonladder die totaal anders is dan die klassieke. Het betreft hier namelijk een oude Grieks-mixolydische toonladder. Ook de toonhoogte verschilt van deze die door de klassieke muziek wordt gebruikt.  Voor de kenners: men speelt tussen de 470 en 480 Herz, waar dit bij de klassieke muziek ligt op 440 Herz. Daarbij speelt men met tussentonen die tussen de gewone tonen liggen, waarmee men in onze landen niet vertrouwd is, maar die wel voor een zeer ontroerend effect kunnen zorgen.
Dit heeft ook tot gevolg dat de Schotse doedelzak slechts beperkt kan gebruikt worden in samenspel met andere instrumenten. Samenspelen met een zangkoor is over het algemeen uitgesloten.
 
Door de afwijkingen met de klassieke muziek is het instrument in België evenmin officieel erkend. Bijgevolg is het niet mogelijk staatssubsidies te krijgen voor het onderricht ervan.
Dit brengt mee dat het leren bespelen in België alleen mogelijk is in het kader van één van de specifieke Schotse doedelzakgroepen, Pipebands genaamd.
Deze bands moeten niet alleen zelf instaan voor de kosten van de opleiding en de huur van leslokalen en repetitielokalen, maar ook voor de aanschaf van de instrumenten en de uniformen.  Daartoe verzorgen ze dan ook openbare optredens tegen betaling. Wat meebrengt dat men in België geen Schotse doedelzak kan leren spelen tenzij men bereid is, en bekwaam gevonden wordt, om bij dergelijke optredens mee te spelen.
Slechts één enkele doedelzakgroep volgt dit principe niet: de  Dun Deagh music band uit Sint-Niklaas. Deze geeft onderricht aan al wie geïnteresseerd is, tussen 9 jaar en 60 jaar, en dit in ruil voor een kleine vergoeding (€5 per les). Zo hebben reeds verschillende kinderen solo Schotse doedelzak kunnen spelen in de kerk tijdens hun Plechtige Communie, en treden er met deze groep pipers op die pas op 58-jarige leeftijd leerling werden. Wel blijven de bandoptredens voorbehouden aan wie zich hiervoor uitdrukkelijk opgeeft nadat hij een goed speelpeil heeft bereikt.
 
Terwijl in de Westhoek, aan de Vlaamse kust,  een vijftal Schotse doedelzakbands regelmatig optreden voor herdenkingen van de 1ste en de 2de Wereldoorlog is hiervoor in de rest van het land toch minder interesse. Veel openbare optredens betreffen het begeleiden van Highland Games en van plaatselijke optochten en feesten. Daarnaast worden de doedelzakbands ook dikwijls aangezocht om doedelzakspelers te leveren bij huwelijken, huwelijksverjaardagen, verjaardagen, pensioneringen en begrafenissen.
 
_______________________________________________________
 
* naast de Great-Highland-bagpipe bestaat in Schotland ook nog de Lowland-bagpipe, de Small-pipe en de Chamber-pipe, waarbij  de luchtzak hetzij gevuld wordt via een blaaspijp, hetzij via een blaasbalg die men onder de rechterarm houdt.